Home » Publicaties » Jaap van Donselaar

Jaap van Donselaar

Filter

Publicaties

20 resultaten

AFS Monitor Racisme & Extremisme

Negende rapportage
ISBN:
978 90 8555 043 3
Jaar:
2010
Taal:Aantal blz:
254
Soort Uitgave:
Beschrijving:

Dienen politici zich voor hun uitspraken over etnische of religieuze
minderheidsgroepen voor de rechter te verantwoorden? Of dient deze
verantwoording zich uitsluitend in het publieke debat te voltrekken?
Deze vraag kan ook worden opgeworpen voor tekenaars van spotprenten,
columnisten of cabaretiers. Het gaat hier om een belangrijke maatschappelijke
kwestie: waar eindigt de grens van de vrije meningsuiting
en begint die van het verbod op discriminatie?
Die grens is niet statisch, maar afhankelijk van tijd, plaats en omstandigheden.
In Nederland speelt deze botsing van grondrechten nadrukkelijk
bij de juridische vervolging van pvv-voorman Geert Wilders. Begin
2010 is die vervolging door het Gerechtshof Amsterdam bevolen. De
rechtszaak is van groot belang voor het vaststellen van de grens tussen
beide grondrechten in Nederland, maar is niet allesbepalend. Eveneens
speelt mee dat Nederland zich aan internationale mensenrechtenverdragen
heeft gecommitteerd en zich dient te houden aan het Grondrechtenhandvest
van de Europese Unie.
Verwant aan deze discussie is het zoeken naar en vaststellen van de
grens tussen slachtoffer en dader bij incidenten waarin racisme of discriminatie
een rol speelt. In de praktijk van alledag blijkt rolwisseling
gemakkelijk te kunnen plaatsvinden. Moslims kunnen slachtoffer zijn
van islamofoob geweld, maar radicale moslims kunnen tevens dader zijn
van terroristische misdrijven. Soms plegen extreemrechtse jongeren geweld,
doordat zij vroeger slachtoffer zijn geweest van allochtoon geweld.
In het eerdergenoemde voorbeeld van Geert Wilders geldt deze dubbele
rol in het bijzonder. Als verdachte van onder meer haatzaaien tegen moslims
is hij tevens slachtoffer van bedreigingen tegen zijn persoon die een
al jarenlang durende 24-uursbeveiliging noodzakelijk maken.

Lees verder in de monitor

Deradicaliseren in de praktijk

Jaar:
2009
Taal:Aantal blz:
94
Soort Uitgave:
Beschrijving:

De problematiek van racistische en extremistische uitingen onder jongeren heeft omstreeks 2004 en vooral na de moord op Theo van Gogh – 2 november 2004 – een hoge vlucht genomen. Ook in 2005 hebben zogenoemde ‘Lonsdalejongeren’ vrijwel dagelijks in de publicitaire belangstelling gestaan.1 Niet zelden ging de aandacht daarbij uit naar interetnische confrontaties.2 Deze vorm van geweld is in de periode van 2002 tot 2006 gestaag toegenomen en dit was voor een belangrijk deel toe te schrijven aan het opkomende verschijnsel ‘Lonsdalejongeren’. Van diverse zijden is getracht aan de problematiek van extreemrechtse
jongerengroepen het hoofd te bieden.

AFS Monitor Racisme en Extremisme CAHIER

Racistisch en extreemrechts geweld in 2008
Jaar:
2009
Taal:Aantal blz:
9
Soort Uitgave:
Beschrijving:

Sinds het midden van de jaren negentig wordt getracht systematisch inzicht te krijgen in de problematiek van racistisch en extreemrechts geweld, met name via het onderzoeksproject Monitor Racisme & Extremisme.1 In de laatste algemene rapportage – de achtste, verschenen in december 2008 – werden de gewelddadige incidenten in het jaar 2007 onder de loep genomen.2 In deze tussenrapportage zullen wij aandacht besteden aan racistisch en extreemrechts geweld in 2008. De centrale vraag van deze rapportage is: Hoe heeft het racistisch en extreemrechts geweld zich ontwikkeld in 2008, in omvang en aard, en hoe verhoudt dit zich tot het beeld van de voorgaande jaren?

Lees verder in de monitor

AFS Monitor Racisme & Extremisme

Achtste rapportage
ISBN:
978 90 8555 004 4
Jaar:
2008
Taal:Aantal blz:
306
Soort Uitgave:
Beschrijving:

Fortuyns befaamde slogan ‘Ik zeg wat ik denk’ heeft de laatste jaren niet
alleen op grote schaal navolging gekregen, maar ook geleid tot felle discussies
over de grenzen van de vrijheid van meningsuiting. Begin 2006, tijdens
de wereldwijde ophef over de Deense ‘Mohammed-cartoons’, pleitte vvd-
Kamerlid Ayaan Hirsi Ali voor ‘het recht op beledigen’.1 Een van de Deense
prenten was een afbeelding van de profeet Mohammed met een tulband in
de vorm van een bom met aangestoken lont. Deze spotprent kreeg in 2008
een hoofdrol in de film van Wilders, Fitna, die al evenzeer heeft geleid tot
verhitte discussies over de grenzen van de vrijheid van meningsuiting. Dat
die grenzen opgeschoven zijn en dat er meer gezegd kan worden dan voorheen
lijkt wel duidelijk. Een treffende illustratie is de opschudding over de
politie-inval in mei 2008 bij een Nederlandse cartoontekenaar ‘Gregorius
Nekschot’ die jarenlang de islam op de korrel heeft genomen. De aanhouding
van de cartoonist, die ervan verdacht werd de discriminatieverboden
te hebben geschonden, wekte grote publieke en politieke verontwaardiging.
Spotprenten zouden moeten kunnen, zo werd alom betoogd, ongeacht
hun inhoud. De vraag waar de grenzen van vrije meningsuitingen dan
wel zouden moeten liggen, bleef op de achtergrond. Wel is in discussies
gedurende de laatste jaren steeds vaker betoogd dat de grens zou moeten
worden getrokken bij aanzetten tot geweld.
Maar, zo zeggen anderen, ook zonder aanzetten tot geweld kan grote
schade worden berokkend, want de verruimde uitingsvrijheden zijn van
invloed op het vóórkomen van intolerantie en discriminatie. Als argument
voor deze stellingname worden indicaties voor een tamelijk hoog niveau
van islamofobie in Nederland aangehaald. Uit enquêteonderzoek blijkt
dat meer dan de helft van de Nederlandse, niet-islamitische schoolgaande
veertien- tot zestienjarige jongeren negatief staan ten opzichte
van moslims.2 Als een van de oorzaken wordt negatieve beeldvorming
genoemd: ‘negatieve stereotypen van moslims en negatieve clichés van
de islam, negatieve berichten van ouders en de beste vriend of vriendin
over moslims en de islam, en de overtuiging dat moslims een bedreiging
vormen voor de veiligheid een belangrijk effect op de attitude’.

Lees verder in de monitor

AFS Monitor Racisme en Extremisme CAHIER

Racistisch en extreemrechts geweld in 2006
Jaar:
2007
Taal:Aantal blz:
22
Soort Uitgave:
Beschrijving:

Dit is de negende geweldsrapportage van de Monitor Racisme & Extremisme, uitgevoerd door de Anne Frank Stichting en de Universiteit Leiden. Het project wordt gesteund door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Zeven maal werd deze rapportage gepubliceerd als onderdeel van een brede rapportage en een keer, in 2003, waren de geweldscijfers aanleiding om een eigenstandige publicatie in de vorm van een cahier uit te brengen.
Dit is de eerste keer dat we een eigenstandige digitale rapportage naar buiten brengen over dit onderwerp. Directe aanleidingen daarvoor zijn de lancering van de website van de Monitor Racisme & Extremisme in 20061 en de succesvolle samenwerking met het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD). Deze samenwerking maakt het mogelijk om in korte tijd beter materiaal voorhanden te krijgen. Daardoor was het mogelijk om tot een goede, gesystematiseerde rapportage met cijfers over 2006 te komen. Het lijkt ons zinvol om deze rapportage nu te publiceren en niet te wachten tot een nieuwe brede rapportage, die naar verwachting eind 2008 zal verschijnen.
Deze rapportage bevat ons verslag van onderzoek naar racistisch en extreemrechts geweld in het jaar 2006.

Lees verder in de monitor

AFS Monitor Racisme & Extremisme

Zevende rapportage
ISBN:
90-8667-960-9
Jaar:
2006
Taal:Aantal blz:
256
Soort Uitgave:
Beschrijving:

Met de Monitor Racisme & Extremisme wordt beoogd uiteenlopende vormen van racisme, extremisme en antisemitisme — en reacties op deze verschijnselen — te
volgen en daarover periodiek te rapporteren. Allereerst wordt er gekeken naar de verschijnselen: op welke wijze doen racisme, extremisme en antisemitisme zich in de Nederlandse samenleving voor. Hierbij kan worden gekeken naar de uitingsvorm, bijvoorbeeld politiek georganiseerd racisme, en naar de uitsluitingsvorm, bijvoorbeeld horecadiscriminatie. Sommige verschijnselen beperken zich naar hun aard niet tot het Nederlandse territoir, zoals discriminatie via het internet. In dergelijke gevallen wordt de extraterritoriale context meegenomen. Vast patroon in het monitoronderzoek is dat geprobeerd wordt zo goed als mogelijk verschillende soorten slachtoffers en daders te identificeren. Deze exercitie kan betrekking hebben op zowel autochtonen als allochtonen, waaronder laatstgenoemden zich weer laten opdelen in diverse minderheidsgroepen. De respons op racisme, extremisme en antisemitisme kan verschillend van aard zijn, van educatief tot juridisch. Veelal is de aard van de respons afhankelijk van de verschijningsvorm van de discriminatie, de categorie slachtoffers en de achtergrond van de daders. Bovendien kunnen sommige vormen van respons naast elkaar functioneren of elkaar zelfs versterken. Het periodiek monitoren van de verschijnselen, de slachtoffers, de daders en de respons dient meerdere doelen. Op deze wijze wordt getracht een bijdrage te leveren aan het inzicht in de bestrijding van racisme, extremisme en antisemitisme. Bovendien vindt accumulatie van kennis plaats door de vaste systematiek en de periodiciteit van het onderzoek. Tot slot wordt ook een beeld verkregen van ontwikkelingen op de lange termijn en worden op basis van ervaringen uit het verleden suggesties gedaan voor oplossingen in de toekomst.

Lees verder in de monitor

AFS Monitor Racisme en Extremisme CAHIER

Het Lonsdalevraagstuk
ISBN:
90-86670-00-8
Jaar:
2005
Taal:Aantal blz:
80
Soort Uitgave:
Beschrijving:

De problematiek van racistische en extremistische uitingen onder jongeren heeft in het jaar 2004 en vooral na de moord op Theo van Gogh – 2 november 2004 – een hoge vlucht genomen. In de eerste maanden van 2005 hebben zogenoemde Lonsdalejongeren vrijwel dagelijks in de publicitaire belangstelling gestaan. Het gaat om een bekend doch in veel mindere mate gekend verschijnsel: op veel vragen naar aard, omvang en achtergronden moet men het antwoord schuldig blijven.
Over de benaming ‘Lonsdalejongeren’ is veel te doen geweest. Lonsdale is een Brits kledingmerk dat populair is onder gabbers, ook diegenen met een extreemrechtse, racistische oriëntatie. Deze gabbers plegen hun kledingmerken – niet alleen Lonsdale, maar ook Pitbull en Hooligan – vaak opzichtig dragen, zodat deze merken zijn gaan fungeren als een uiterlijk kenmerk van deze jongeren. Extreemrechtse, racistische gabbers zijn vervolgens kennelijk zo beeldbepalend geworden dat een omkering heeft plaatsgevonden: met ‘Lonsdalejongeren’ werden gaandeweg niet zozeer jongeren aangeduid die Lonsdale dragen, maar de extreemrechtse, racistische jongeren onder hen. Gelet op de ernst en de omvang van incidenten waarmee deze jongeren de aandacht trokken is de ‘besmetting’ wel te begrijpen. De bekende socioloog Goffman zou spreken van ‘een bedorven identiteit’. Hierdoor worden echter ook veel jongeren ten onrechte getroffen, om maar niet te spreken van het kledingmerk Lonsdale, dat niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor ontsporingen van hen die Lonsdale dragen, waardoor het merk een negatief stigma heeft gekregen. Sommigen zijn van oordeel dat daarom op de benaming Lonsdalejongeren een taboe zou moeten rusten. Daar is wat voor te zeggen, maar negatieve beeldvorming is naar onze mening niet eenvoudigweg te beïnvloeden en te verhullen door er een andere naam aan te geven. Wij verwachten dat de benaming Lonsdalejongeren van beperkte duur zal zijn, al is nu niet te overzien wanneer de houdbaarheidsdatum precies zal zijn verstreken.

Lees verder in de monitor

AFS Monitor Racisme & Extremisme ANNEX

Ontwikkelingen na de moord op Van Gogh
Jaar:
2004
Taal:Aantal blz:
5
Soort Uitgave:
Beschrijving:

Op 2 november 2004 werd Theo van Gogh vermoord. De dader schoot Van Gogh neer, stak hem vele malen met een mes en liet een vastgeprikte dreigbrief op zijn borst achter. Op de vlucht schoot hij op de politie, die de achtervolging had ingezet. Uiteindelijk werd de dader in zijn been geschoten en kon hij worden gearresteerd. In de eerste twee weken na de moord werd duidelijk dat het in het geval van de moordenaar niet ging om een losstaand individu, maar dat er sprake was van een netwerk van radicale moslims, waar een aanzienlijke en concrete terreurdreiging vanuit gaat. Als gevolg van deze dreiging moesten diverse volksvertegenwoordigers
beveiligd worden. Twee leden van het parlement moesten zelfs worden ondergebracht op streng bewaakte, geheime locaties. Zowel de moord als de ervaren terreurdreiging bleken impulsen te zijn voor racistische, anti-moslim uitingen, alsmede voor uitingen die daar weer een reactie op vormden. Dit ging gepaard met een heftige reeks geweldplegingen van uiteenlopende aard die sterk aanzwol in het midden van de maand november om vervolgens tegen het einde van de maand november weer enigszins weg te ebben. Gaandeweg kwamen ook allerlei extreem-rechtse uitingen meer en meer in beeld.

AFS Monitor Racisme & Extreem-rechts

Zesde rapportage
ISBN:
90-72972-94-5
Jaar:
2004
Taal:Aantal blz:
191
Soort Uitgave:
Beschrijving:

Met de Monitor racisme en extreem-rechts wordt beoogd uiteenlopende vormen van racisme, extreem-rechts en discriminatie — alsmede respons op deze verschijnselen — te volgen en daarover periodiek te rapporteren. Het initiatief tot dit onderzoeksproject is medio jaren negentig door de Leidse Universiteit genomen.
Sedert de vierde rapportage wordt het monitorproject gezamenlijk uitgevoerd door de Universiteit Leiden en de Anne Frank Stichting. Het nut van een periodieke monitorrapportage is divers. Er wordt op basis van een ‘vaste meetlat’ de balans opgemaakt van de belangrijkste uitingen en incidenten van rassendiscriminatie, racisme en rechts-extremisme, alsmede van de ontwikkeling van strategieën ter bestrijding. Door de rapportages worden politici, bestuurders en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties in staat gesteld zich op de problematiek te bezinnen en tot oplossingsstrategieën te komen. De rapportages kunnen immers door hun systematische en periodieke karakter bijdragen aan accumulatie van kennis en inzicht. Er wordt tevens inzicht verkregen in ontwikkelingen die zich op langere termijn voordoen. Dat geldt niet alleen voor de achterliggende periode maar ook voor de toekomst. De monitor kan voorts bijdragen aan vroegtijdige onderkenning van relevante, nieuwe ontwikkelingen. Tot slot kan de rapportage dienstig zijn bij de beantwoording van de talloze praktische vragen over dit onderwerp die vanuit
binnen- of buitenland gesteld worden.

Lees verder in de monitor

AFS Monitor Racisme en Extreem-rechts CAHIER

Opsporing en vervolging in 2002
ISBN:
90-72972-78-3
Jaar:
2003
Taal:Aantal blz:
39
Soort Uitgave:
Beschrijving:

De basis voor de huidige discriminatieverboden ligt in het Internationaal Verdrag ter Uitbanning van al le vormen van Rassendiscriminatie (ivur). Dit verdrag is in 1966 door Nederland geratificeerd en leidde in 1971 tot nieuwe discriminatieverboden in het Wetboek van Strafrecht. Op dat moment meende menig Kamerlid nog dat de Nederlandse situatie geen aanleiding gaf om tot dergelijke wetgeving over te gaan. Inmiddels weten we beter. Het debat dat ruim dertig jaar geleden in de Tweede Kamer werd gevoerd over de grenzen tussen de vrije meningsuiting en het discriminatieverbod is nog steeds actueel. Vandaag de dag wordt soms betoogd dat de rechtspraak teveel ten faveure van het non-discriminatiebeginsel is (geweest). Sommigen menen zelfs dat afschaffing van deze strafrechtelijke discriminatieverboden de voorkeur verdient.1 Het is in dit verband van belang te benadrukken dat de discriminatieverboden hun grondslag niet hebben in art.1 Grondwet, maar in het ivur. Het schrappen van de strafrechtelijke verboden zou onmiddellijk consequenties hebben voor de nakoming door Nederland van het verdrag. Daarbij dient in ogenschouw te worden genomen wat mede de achtergrond van de totstandkoming van verdragen als het ivur is geweest: de internationale gemeenschap heeft middels dergelijke verdragen getracht mensenrechten zodanig te verankeren dat individuele staten zich hier niet meer aan konden onttrekken zonder afbreuk te doen aan de eisen van een democratische rechtsstaat.

Lees verder in de monitor

AFS Monitor Racisme en Extreem-rechts CAHIER

Racistisch en extreem-rechts geweld in 2002
ISBN:
90-72972-79-1
Jaar:
2003
Taal:Aantal blz:
41
Soort Uitgave:
Beschrijving:

De terroristische aanslagen in de Verenigde Staten op 11 september 2001 liggen ruim twee jaar na dato nog vers in het geheugen. Direct na deze aanslagen deden zich in ons land tal van vijandige inci denten voor die gericht waren tegen moslims en objecten van moslims. Deze voorvallen varieerden van pesterijen en scheldpartijen tot brandstichtingen en vernielingen. De kortstondige, maar hevige reeks van gewelddadigheden van na 11 september is blikbepalend geweest voor het racistische geweld in het jaar 2001. Ongeveer 60% van het totaal aantal gewelddadige voorvallen in het jaar 2001 vonden plaats na 11 september. Een belangrijke gebeurtenis in het jaar 2002 was de moord op de politicus Pim Fortuyn op 6 mei. Na de aanslag waren er tal van uitingen van racisme en een voor Nederlandse begrippen ongekend aantal dreigingen aan het adres van politici. In de loop van het jaar werd zelfs gerept van een ‘dreigcultuur’ die zou zijn ontstaan. Sedert geruime tijd wordt getracht systematisch inzicht te krijgen in de problematiek van racistische en extreem-rechtse gewelddadige incidenten, met name via het onderzoeksproject Monitor racisme en extreem-rechts, dat wordt uitgevoerd door de Anne Frank Stichting en de Universiteit Leiden. In de vijfde rapportage – verschenen in januari 2003 – werden met name de gewelddadige incidenten in het jaar 2001 onder de loep genomen.

Lees verder in de monitor

AFS Monitor Racisme en Extreem-rechts

Vijfde rapportage
ISBN:
90-72972-75-9
Jaar:
2002
Taal:Aantal blz:
198
Soort Uitgave:
Beschrijving:

In de vijfde rapportage Monitor racisme en extreem-rechts staan de jaren 2001 en – waar mogelijk – 2002 centraal. De aanslagen op de Verenigde Staten van 11 september 2001 en de moord op Pim Fortuyn op 6 mei 2002 zijn van grote invloed geweest op het totale beeld van deze verslagperiode. Beide gebeurtenissen hebben diepe sporen achtergelaten op de interetnische verhoudingen in Nederland. Deze sporen zijn terug te vinden in de vijfde rapportage. Het gaat om vragen als: stijgt of daalt het aantal racistische gewelddadigheden in Nederland? Welke extreem-rechtse politieke partijen zijn verdwenen en welke daarvoor in de plaats gekomen? Neemt het aantal discriminatiezaken dat bij het Openbaar Ministerie terechtkomt toe of af? En wat voor zaken worden daar aangebracht en in welke mate leiden die tot veroordelingen? Het initiatief tot het project Monitor racisme en extreem-rechts is medio jaren negentig door de Leidse Universiteit genomen. Het monitorproject wordt tegenwoordig gezamenlijk uitgevoerd door de Universiteit Leiden en de Anne Frank Stichting. Deze rapportage kwam tot stand met steun van de Directie Integratie en Coördinatie Minderhedenbeleid van het Ministerie van Justitie.

Lees verder in de monitor

AFS Monitor Racisme en Extreem-rechts

Vierde rapportage
ISBN:
90-72972-72-4
Jaar:
2001
Taal:Aantal blz:
136
Soort Uitgave:
Beschrijving:

Is er in ons land sprake van toenemend of afnemend racistisch geweld? Hoe is het gesteld met de tolerantie in Nederland? Heeft het lokale beleid tegen horecadiscriminatie succes of houdt het aantal klachten aan? Voor de beantwoording van dit soort vragen is het van groot belang dat er periodiek monitoronderzoek plaatsvindt naar de verschijningsvormen van rassendiscriminatie en extreem-rechts. Dit belang is medio jaren negentig door de Leidse Universiteit onderkend en aldaar is het project Monitor racisme en extreem-rechts ontwikkeld. Thans wordt het project uitgevoerd door de Leidse Universiteit in samenwerking met de Anne Frank Stichting en met steun van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Monitoronderzoek is inmiddels een internationaal erkend instrument voor het waarnemen van racisme en discriminatie, en het ontwikkelen van beleid hiertegen. In 1999 ging in Wenen het Europese Waarnemingscentrum tegen Racisme
en Xenofobie van start. Het Weense waarnemingscentrum tracht via nationale monitorcentra de ontwikkelingen in de Europese Unie te volgen en te analyseren. Het project Monitor racisme en extreem-rechts vormt een belangrijke bron voor toelevering van gegevens aan het Europese waarnemingscentrum. In de Europese richtlijn van 29 juni 2000 voor gelijke behandeling van personen op grond van ras of etnische afstamming is eveneens een monitorbepaling opgenomen: na de totstandkoming van de nationale regelgeving in (uiterlijk) 2003 dient met ingang van 2005 elke vijf jaar verslag gedaan te worden over de effectiviteit van deze nationale maatregelen.

Lees verder in de monitor

AFS Monitor Racisme en Extreem-rechts

Derde rapportage
ISBN:
90-74062-02-4
Jaar:
2000
Taal:Aantal blz:
150
Soort Uitgave:
Beschrijving:

Hoe intolerant zijn de autochtone Nederlanders jegens allochtonen? Al bijna
25 jaar peilt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) de publieke opinie over
allochtonen en publiceert daar geregeld over. Eind jaren tachtig, begin jaren
negentig zien we een lichte verharding van het opinieklimaat, maar volgens het
SCP zijn er over het algemeen weinig veranderingen. Ongeveer 80% van de
bevolking vindt dat autochtonen en allochtonen gelijke behandeling moeten
hebben bij verdelingsvraagstukken, zoals bij huisvesting en werkgelegenheid.
Ongeveer 13% van de autochtone bevolking staat afwijzend tegenover
allochtonen. Ongeveer 50% van de autochtone bevolking is tegen immigratie
gekant.
Wat dit laatste betreft vond het NIPO in 1998 een andere uitkomst:1 niet de
helft, maar driekwart van de autochtone Nederlanders is tegen verdere
immigratie gekant. Er is – volgens het NIPO – een groeiend draagvlak voor
immigratiebeperking terwijl tegelijkertijd het vertrouwen in integratie en
aanpassing van allochtonen afneemt. Het NIPO vond deze trend aan de hand
van opiniepeilingen in de jaren 1993, 1995 en 1998.
Eind 1999 bleek uit ander NIPO-onderzoek dat eenderde van de Nederlanders
gekant is tegen het verlenen van asiel aan politieke of economische
vluchtelingen.2 Tweederde van de Nederlanders ondersteunde wel het beleid
van de overheid om politieke vluchtelingen die in hun eigen land vrezen voor
hun leven asiel te geven. Ongeveer de helft van de ondervraagden vond dat
asielzoekers overlast geven. Verder dacht zo’n veertig procent dat asielzoekers
gemiddeld crimineler zijn dan Nederlanders.

Lees verder in de monitor

AFS Monitor Racisme en Extreem-rechts

Tweede rapportage
ISBN:
90-76400-03-2
Jaar:
1998
Taal:Aantal blz:
147
Soort Uitgave:
Beschrijving:

Dit is de tweede rapportage van het project Monitor racisme en extreem-rechts, dat wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het monitor-project heeft twee centrale doelstellingen:
1. monitor racisme en extreem-rechts: het waarnemen van deze verschijnselen in Nederland, alsmede van de overheidsrespons op deze verschijnselen; periodieke rapportage, op twee manieren:
(a) ‘generale rapportage’: een algemene rapportage aan de hand van een vast stramien;
(b) een ‘verdiepingsslag’: rapportage waarin een speciaal onderwerp wordt belicht.
2. De periodiciteit van het project houdt in dat in het ene jaar een generale rapportage verschijnt en in het andere een ‘verdiepingsslag’. De eerste rapportage van 1997 was een generale, waarin het gaat om een breed beeld van de verschijnselen racisme en extreem-rechts in Nederland, alsmede van overheidsreacties daarop. Ook die van het komende jaar (1999) zal een generale rapportage zijn. Deze voorliggende tweede rapportage is gewijd aan een ‘speciaal’ onderwerp: de relatie tussen enerzijds de media en anderzijds racisme en extreemrechts.

Lees verder in de monitor

AFS Monitor Racisme en Extreem-rechts

Eerste rapportage
ISBN:
90-71042-96-0
Jaar:
1997
Taal:Aantal blz:
152
Soort Uitgave:
Beschrijving:

Dit is het eerste verslag van het project Monitor racisme en extreem-rechts dat is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Onder ‘racisme’ worden hier ook verstaan: antisemitisme, rasvooroordeel, vreemdelingenhaat, xenofobie en rasdiscriminatie. De monitorwerkzaamheden zijn niet uitsluitend gericht op uitingen van racisme, maar tevens op de bestrijding van deze verschijnselen.
Het project heeft twee doelstellingen:
1. permanente monitoring van racisme en racismebestrijding
2. een periodieke rapportage over de belangrijkste bevindingen
Het nut van periodieke rapportage is velerlei. Jaarlijks wordt op basis van een vast stramien de balans opgemaakt van de belangrijkste uitingen van racisme en rechtsextremisme, alsmede van de ontwikkeling van strategieën ter bestrijding. De rapportages kunnen door hun systematische en periodieke karakter bijdragen aan accumulatie van kennis en inzichten. Er wordt inzicht verkregen in ontwikkelingen die zich op langere termijn voordoen. Dat geldt niet alleen de achterliggende periode maar ook de toekomst.
De monitor kan bijdragen aan vroegtijdige onderkenning van relevante, nieuwe ontwikkelingen.
De algemene vraagstelling luidt:
1. hoe hebben uitingen van (racistisch) rechts-extremisme zich (in Nederland) ontwikkeld?
2. welke patronen van respons zijn er geweest?

Lees verder in de monitor

De staat paraat?

De bestrijding van extreem-rechts in West Europa
Uitgever:ISBN:
9062223044
Jaar:
1995
Taal:Aantal blz:
380
Soort Uitgave:
Beschrijving:

Hoe beschermen de Westeuropese democratieën zich tegen de gevaren van extreem-rechts?
Sinds de Tweede Wereldoorlog is extreem-rechts niet meer zo groot en bedreigend geweest als tegenwoordig. De uitingsvormen zijn gevarieerd: verspreiding van propaganda, betogingen en manifestaties, verkiezingsdeelname, betrokkenheid bij politiek en racistisch geweld.
De staat paraat? gaat na welke maatregelen de overheden van Duitsland, Frankrijk, Engeland, België en Nederland nemen tegen extreem-rechts en welke de meest effectieve zijn.
De auteur laat zien hoe belangrijk de barrières in de diverse kiesstelsels voor racistische partijen zijn. Krachtige bestrijding van overheidszijde blijkt remmend te werken op extreem-rechtse groeperingen. Voorts pleit hij voor meer samenwerking met Duitsland, dat het meest effectief blijkt op te treden tegen extreem-rechts. Jaap van Donselaar geeft in deze toegankelijk geschreven studie een buitengewoon informatief beeld van de diverse strategieën die door Westeuropese overheden worden gevolgd.

Fout na de oorlog

fascistische en racistische organisaties in Nederland 1950-1990
Uitgever:ISBN:
9035110560
Jaar:
1991
Taal:Aantal blz:
249
Soort Uitgave:
Beschrijving:
Van Donselaar heeft uitgebreid bronnenonderzoek gedaan in onder meer kranten en archieven, dossiers van het RIOD (Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie) en de Anne Frank stichting, maar ook in propagandamateriaal en partijbladen van extreem-rechtse organisaties, correspondentie tussen, en gesprekken met betrokken fascisten en racisten. Zo is een relaas tot stand gekomen over de na-oorlogse traditie van extreem-rechts in Nederland. De schrijver is werkzaam op het Centrum voor Maatschappelijke Tegenstellingen (RU Leiden) en heeft dit onderzoek gedaan in opdracht van de Adviescommissie Onderzoek Minderheden. Hij neemt in deze studie geen expliciet standpunt in. Er worden beschrijvingen gegeven en organisatorische en personele dwarsverbanden gelegd. Dit wordt aangevuld met analyses. Bekende namen als Glimmerveen en de Volksunie, Koekoek en de Boerenpartij, en Janmaat en de Centrum-Democraten worden geplaatst in een historisch kader. Alleen al daarom, mede gezien de huidige populariteit van extreem-rechts is dit boek goed bruikbaar in bibliotheken.
Publicatie

Stemmen op de Centrumpartij

de opkomst van de anti-vreemdelingen partijen in Nederland
Uitgever:Jaar:
1983
Taal:Aantal blz:
113
Soort Uitgave:
Beschrijving:
Studie, tot stand gekomen in samenwerking met het Sociaal Cultureel Planbureau, waarin de aanhang van de Centrumpartij op beweegredenen wordt onderzocht. Na hoofdstukjes over de vreemdelingenhaat als politiek verschijnsel in Frankrijk, de Bondsrepubliek en Groot Brittannië vanaf 1950 wordt de historie in Nederland vanaf ca. 1953 belicht, de CP inbegrepen. Vervolgens wordt het C.P.-elektoraat geanalyseerd van 1977-1982, met speciale aandacht voor “het geval Almere”. De konklusie van de twee onderzoekers is vooral, dat er nog te weinig gegevens voorliggen om een éénduidig verband tussen CP en vreemdelingenhaat te leggen: één van beide acht het “diffuus” (algeheel) protest doorslaggevender. Een niet geheel bevredigend, goed leesbaar boek.