Home » Organisaties » Consortium de Levensboom » Florrie Rost van Tonningen-Heubel

Florrie Rost van Tonningen-Heubel

Op 24 maart 2007 overleed Florentine Sophie Rost van Tonningen-Heubel op 92-jarige leeftijd. Rost van Tonningen gold binnen en buiten het extreemrechtse circuit als een echte oude kameraad. Eentje die het Derde Rijk had meegemaakt en nooit enige concessie had gedaan aan haar nationaal-socialistische ideologie. Maar wat is haar betekenis nu precies geweest voor extreemrechts in Nederland?

Florrie Rost van Tonningen’s leven is bepaald door de Tweede Wereldoorlog. In die periode kon ze vorm geven aan haar grote ambitiedrang, ontmoette, huwde en verloor ze haar man, kreeg haar kinderen en verloor ze vervolgens alles wat ze had. Het is dan ook niet vreemd dat haar leven is in te delen in twee periodes, gesplitst door het jaar 1945.

Florrie Rost van Tonningen

Rost van Tonningen werd in 1914 geboren als vierde kind in een elitegezin. Haar vader, van Duitse afkomst, werkte in de bankwereld. Haar Duitse afkomst was, volgens eigen zeggen, de reden geweest voor haar sterke Duitse oriëntatie.
Kennisname van de veranderingen die Hitler in Duitsland teweeg bracht en het lezen van “Mein Kampf” in haar studententijd deden haar in 1935 besluiten toe te treden tot de jongerenorganisatie van de NSB, de Nationale Jeugdstorm. Haar broer Wim Heubel werd lid van dezelfde organisatie en beiden maakten carrière binnen de NSB-structuren.
Kort na de Duitse inval en bezetting van Nederland organiseerde de NSB een grote “bevrijdingsbijeenkomst” waar zowel Florrie Heubel als Meinoud Rost van Tonningen, een prominent NSB-lid en radicale nationaal-socialist, aanwezig waren. Daar ontmoetten ze elkaar. De ontmoeting leidt tot een verliefdheid en enkele maanden later tot een huwelijk.
Daarbij moeten overigens nog wel wat plooien glad worden gestreken. Meinoud was 18 jaar ouder, bovendien getrouwd geweest en al vader (#1) en – last but not least – waren er serieuze problemen rond zijn raszuiverheid. Hij zou “Indisch- en negerbloed” in zich hebben. Met wat correspondentie met bevriende contacten en enkele noodgrepen werden de problemen gerepareerd en kon het huwelijk worden voltrokken. Het afstammingsprobleem zorgde er echter wel voor dat Meinoud nooit kon toetreden tot de “raszuivere” SS.

Huwelijk Meinoud Rost van Tonningen en Florrie Heubel in 1941

Of dit huwelijk alleen uit liefde werd ingegeven is overigens maar de vraag. Het was in deze tijd goed gebruik om het huwelijk te gebruiken om de eigen situatie te verbeteren en zowel Meinoud als Florrie had een goede partij aan de haak geslagen. Daar komt nog bij dat de nationaal-socialistische politieke gemeenschap in die dagen een ware slangenkuil was. Men probeerde op alle mogelijke manieren hogerop te komen. Zowel Meinoud en Florrie gingen hierin ook vol hartstocht mee en gebruikten alle middelen om hun eigen carrière vooruit te duwen. Dat de keuze voor het huwelijk hierin ook een rol heeft gespeeld lijkt waarschijnlijk.

Getrouwd en wel deden Florrie en Meinoud beiden dus verwoedde – en vaak onbesuisde – pogingen om hun eigen carrière binnen de Nederlandse nazi-organisatie tot grote hoogte te brengen. Daarbij deden zich echter drie (en later vier) grote problemen voor. De eerste was van ideologische aard: Florrie en Meinoud waren van mening dat Nederland feitelijk een verloren deel van Duitsland was en herenigd moest worden in een Germaans Rijk. Andere, sterke krachten binnen de NSB dachten hier echter heel anders over en waren overtuigd Nederlands of Diets nationalist. Zij wilden een onafhankelijk Nederland met Duitsland in een nationaal-socialistische statenbond of anders hooguit een samengaan met de andere Dietsers in Vlaanderen en Noord-Frankrijk. Dat dit praktisch en ideologisch tot de nodige botsingen leidde behoeft geen betoog. Daarnaast zorgden de ambitie en activiteiten van Florrie en Meinoud voor veel machtige vijanden binnen de NSB, waaronder partijleider Mussert. Een derde groot probleem was dat vooral Meinoud de hem geboden kansen voor geen meter waar wist te maken. Het ene na het andere project van Meinoud, dat de Nederlandse betrokkenheid bij het grote nationaal-socialistische project moest vergroten, mislukte (#2). Een vierde probleem voor Florrie deed zich voor toen ze haar eerste kind verwachte. Haar vele tegenstanders zagen hun kans schoon: Volgens goede nationaal-socialistische traditie restte haar vervolgens niks anders dan commode en aanrecht en kon ze haar verdere politieke ambities vergeten.

Florrie Rost van Tonningen

De verdere oorlogstijd stond voor Florrie vooral in het teken van drie zwangerschappen en de verwoedde pogingen van Meinoud om zijn politieke dromen uit te laten komen. In de nadagen van de oorlog gooide Meinoud de handdoek in de ring en besloot dat zijn plaats aan het front was. Hij vocht nog enige weken met de Waffen-SS tegen de oprukkende geallieerden. Meinoud werd krijgsgevangen gemaakt. Na enkele omzwervingen kwam hij, als oorlogsmisdadiger, in de Scheveningse gevangenis terecht. Daar kwam hij vervolgens enkele weken later om het leven. Officieel werd zelfmoord vastgesteld, volgens Florrie ging het echter om moord. Mogelijk is Meinoud dusdanig mishandeld (in de Scheveningse gevangenis heerste de eerste weken na de bevrijding een schrikbewind) dat hij “gezelfmoord” is.

Florrie was, ondertussen met drie kleine kinderen, naar Duitsland gevlucht. Daar wachtte ze eerst het verdere verloop van dingen af en kon ze zich oriënteren op de mogelijkheden voor haar verdere leven. In 1947 vroeg ze een weduwepensioen aan in verband met het vooroorlogse Kamerlidmaatschap van haar man. In 1948 keerde ze – illegaal – terug naar Nederland, werd gearresteerd, maar korte tijd later buiten vervolging gesteld. Ze vestigde zich daarop weer in Nederland.
De decennia daarna was het rustig rond Rost. Ze voedde haar kinderen op en probeerde er financieel weer bovenop te komen. Dat lukte met behulp van het bovengenoemd pensioen en een verwarmingsbedrijfje. Politiek was ze niet actief, althans niet zichtbaar. Wel bleef ze verkeren in kringen van de voormalige (Duitse) nationaal-socialistische elite.

Vanaf het einde van de jaren ’70 werden haar bewegingen in het extreemrechtse landschap langzaam maar zeker weer zichtbaar voor het grote publiek. Sterker nog, een aantal affaires plaatsten haar regelmatig in het middelpunt van de belangstelling. Allereerst was daar de commotie rond haar weduwepensioen. Dat werd medio jaren ’80 bekend en leidde tot een reeks aan relletjes, onderzoeken en kamerdebatten. Uiteindelijk bleek een kamermeerderheid niet bereid de wet te veranderen om haar pensioen af te pakken.

Florrie Rost van Tonningen op een HIAG bijeenkomst in 1985 rechts SS’er Stan de Beukelaar

Daarnaast was er de rol van haar villa “Ben Trovato” in Velp. Deze villa was ontmoetingsplaats van oude en nieuwe nazi’s en distributiepunt van nazi-propaganda. De feesten (vooral de zonnewendefeesten) spraken erg tot de verbeelding en zorgden regelmatig voor opschudding in media en politiek. Een keur aan allerhande rechts-extremisten bezocht deze festiviteiten. Daarnaast was de villa in Velp (en later haar huis in Waasmunster, België) een zoete inval van rechts-extremisten. Rost van Tonningen was zelden alleen thuis. Het idee hierachter lijkt te zijn geweest om banden te versterken en haar gedachtegoed verder te verspreiden. Je kunt je echter afvragen of dat zo goed is gelukt. Rost van Tonningen was haar manier van werken uit de bezettingstijd niet afgeleerd en er hing rond haar huis altijd een web van intriges. Het is onwaarschijnlijk dat al die bezoeken veel hebben bijgedragen aan eenheid of opbouw van de extreemrechtse beweging.

De verspreiding van propaganda, een andere poot van activiteiten van Rost van Tonningen, liep tegelijkertijd allesbehalve goed. Diverse pogingen om publicaties aan de man te brengen strandden op justitieel optreden. In de jaren ’80 leidde dit tot een veroordeling wegens het verspreiden van antisemitisme en enkele jaren later kreeg ze een nieuwe straf vanwege het verspreiden van haar autobiografie ‘Op zoek naar mijn huwelijksring’. (#3)

De Zwarte Weduwe bij een proces in 1985

Hoewel Florrie Rost van Tonningen door al deze activiteiten in het middelpunt van de belangstelling was komen te staan en gerust een icoon binnen extreemrechts genoemd mocht worden, is het dus maar de vraag wat ze aan het rechtsextremisme heeft bijgedragen. Voor en tijdens de oorlog is dat vrij helder, namelijk niet zoveel. Al haar pogingen (en die van haar man) om een substantiële bijdrage te leveren aan de opbouw van een nationaal-socialistisch rijk, strandden om verschillende redenen.
Maar ook in de jaren ’80 en ’90 is het maar de vraag wat haar betekenis nou precies is geweest.
Ze was betrokken bij een aantal politieke initiatieven. Het grootste deel van deze initiatieven betrof scholing en propaganda ten behoeve van het ware nationaal-socialisme. Tegelijkertijd voerde ze een strijd voor eerherstel van haar man en haar aan het front gesneuvelde broer. Deze propaganda liet echter duidelijk het probleem van Rost van Tonningen zien: haar wereld is letterlijk in 1945 stil blijven staan. Zo goed als alle teksten gaan over het Derde Rijk of worden vanuit het perspectief van die periode bekeken. Een bekende anekdote gaat over een bijeenkomst in het huis van Rost van Tonningen, waar een jonge skinhead aan de maaltijd deelnam. Hij weigerde zijn bord leeg te eten, omdat hij het niet lekker vond, waarop Rost van Tonningen hem onderwees: “Bij de SS aten we altijd ons bord leeg”. In een In Memoriam beschrijft Constant Kusters dat Rost van Tonningen de Nederlandse neonazi Eite Homan een “onbeschofte boer” vond, aangezien die zijn brood zonder bestek at.
Laten we het er dus op houden dat haar normen en waardepatroon, net als haar propaganda- en scholingsactiviteiten, enigszins uit de pas liepen met de eisen van de moderne tijd.
Daarnaast was Rost van Tonningen betrokken bij diverse organisaties. Een aantal van deze organisaties waren haar eigen werk, waarvan de belangrijkste “Consortium de Levensboom” vooral bedoeld was voor bovengenoemd propagandawerk. Medio jaren ’80 deed ze samen met enkele vertrouwelingen een laatste poging om een partijpolitieke activiteit op te zetten. Ze werd zijdelings betrokken bij de oprichting van “Neerlands Herstel”, maar dat partijtje kwam nooit van de grond. Ook dat mag dus eigenlijk geen naam hebben.

Consortium de Levensboom Het tijdschrift dat Florrie Rost van Tonningen het laatste decennium uitgaf

Is Rost dan belangrijk geweest in faciliterende zin? Was er geld bij haar te halen, was ze olie in de machine of was haar huis bijvoorbeeld belangrijk voor de extreemrechtse groepen in Nederland?
Over het geld dat via Rost van Tonningen te bemachtigen zou zijn geweest voor extreemrechtse activiteiten deden jarenlang de wildste geruchten de ronde. Ze zou zelf veel geld hebben, ze zou toegang hebben tot grote fondsen van Duitse nazi’s. Van al die beweringen is echter nooit veel hard geworden. Voor zover er inzicht heeft bestaan in de financiën van Rost van Tonningen, laat dit een vrij marginaal beeld zien. Haar verwarmingsbedrijfje ‘Verina’ werd haar in de jaren ’80 ontnomen, na flink gesjoemel met de boeken om een beetje geld te genereren voor politieke activiteiten. Een decennium later moest ze haar huis verlaten (na het bijna een halve eeuw bewoond te hebben), na een conflict met de Canadees-Duitse neonazi Ernst Zündel. Die laatste had garant gestaan voor een hypotheekschuld en wilde – toen hij zelf financiële problemen had – geld van haar zien. Veel geld is er dus niet geweest voor hulpbehoevende rechts-extremistische organisaties in Nederland. Volgens Kusters liet Rost van Tonningen bij haar overlijden “Consortium de Levensboom” achter met een schuld van duizenden euro’s en was er geen cent voor de begrafenis.

Florrie Rost van Tonningen

Of Rost van Tonningen een rol heeft gespeeld bij het tot stand brengen van organisaties of samenwerkingsverbanden valt ook te betwijfelen. Zoals al beschreven, was haar belevingswereld niet helemaal van deze tijd. Daarnaast was haar autoritaire en elitaire persoonlijkheid een bron voor veel ruzies en conflicten. Ook op dat vlak is er dus weinig tastbaars tot stand gekomen.

Dan kan het natuurlijk nog zo zijn, dat Rost van Tonningen, door haar huis (eerst in Velp, later in Waasmunster, België) beschikbaar te stellen voor allerhande informele ontmoetingen, bijgedragen heeft aan vruchtbare samenwerkingen of vriendschappen. Ook hiervan is weinig bewijs. Bijeenkomsten stonden altijd sterk in het teken van het Derde Rijk, haar man en haar broer. Het feit dat rechts-extremisten elkaar tegenkwamen bij haar thuis kan sporadisch wel tot een vruchtbaar contact hebben geleid, maar daar tegenover staan ook vele ruzie’s die daar zijn ontstaan.
Daar komt nog bij dat het bezoeken van Rost van Tonningen misschien binnen het extremistische wereldje op respect of aanzien kon rekenen, maar in de buitenwereld allerminst. Bekend worden als bezoeker van Rost van Tonningen, betekende getekend worden als nazi. Zo werd een foto van Hans Janmaat en Wim Vreeswijk, die gearmd staan met Rost van Tonningen, naar buiten gebracht om Janmaat zwart te maken.

Hans Janmaat, Florrie Rost van Tonningen en Wim Vreeswijk

Het belang van Florrie Rost van Tonningen heeft er de laatste decennia dus vooral in bestaan dat ze een icoon was binnen het extreemrechtse circuit. Op basis van de sympathie of antipathie van Rost van Tonningen kon men elkaar of zichzelf de maat nemen. Sympathie van Rost van Tonningen betekende dan een statusverhoging. Dit mechanisme blijkt zelfs na haar overlijden nog volledig intact. Tijdens het verschijnen van dit artikel vechten NVU-leider Constant Kusters en voormalig NVU-voorzitter Joop Glimmerveen elkaar publiekelijk de keet uit. Essentie van deze ruzie? De vraag voor wie van beide mannen Florrie Rost van Tonningen sympathie had en voor wie niet.

(#1) Meinoud Rost van Tonningen’s eerste huwelijk liep onder andere op de klippen vanwege zijn radicale politieke keuzes. Zijn eerste vrouw zou tijdens de oorlog actief worden bij het verzet.

(#2) Eén van de “grote werken” van Meinoud Rost van Tonningen moest de Nederlandsche Oostcompagnie (NOC) worden. Dat project betrof het laten vestigen van Nederlandse kolonisten als arbeider en boer in de door de Duitsers bezette Oost-Europese gebieden. De bedoeling was niet alleen een substantiële bijdrage te leveren aan het nieuwe Germaanse Rijk, maar ook om door dit succes de ster van Rost van Tonningen te laten stijgen. Meinoud werd in 1942 president van dit project. In de kranten werd aangekondigd dat er ‘Lebensraum’ was voor 3 miljoen Nederlanders (op een Nederlandse bevolking van amper 10 miljoen). Het hele project smoorde echter in Duitse bureaucratie en onkunde van de medewerkers. Verder was er geen enkel enthousiasme van burgers of bedrijven in Nederland om met de NSB-organisatie van Rost van Tonningen in zee te gaan. Het hele ambitieuze project werd een grote mislukking.

(#3) Het gerechtshof Arnhem veroordeelde Florrie Rost van Tonningen tot een boete van 5000 gulden of 50 dagen cel wegens belediging van het Joodse volk.